59
Vera was tegen zevenen weer terug in Kimmerston. Ze haalde een portie friet bij de snackbar tegenover het politiebureau. De broodmagere man van middelbare leeftijd in het lange schort achter de toonbank herkende haar toen ze in de rij ging staan en hielp haar het eerst. Hij reikte haar het vettige pakketje over de hoofden van de wachtenden heen aan en zei dat ze het de volgende keer wel kon afrekenen.
Al etend van de friet bleef ze in de deuropening staan van de grote kamer waar Joe Ashworth nog aan het werk was. Hij zat strak naar een computerscherm te staren.
‘Waar zijn die andere knakkers?’ vroeg ze.
‘Die zijn nog bezig met de gastenlijst van Holme Park. Een hoop mensen waren overdag niet te bereiken.’
‘En?’
‘Niemand heeft iemand het huis aan het eind van de laan binnen zien gaan. Niemand heeft voor de deur een geparkeerde auto gezien. Er waren mensen die lopend op weg waren naar de Hall, maar alle signalementen zijn nogal vaag.’
‘Heb je Neville Furness al te pakken gekregen?’
‘Die was weg naar de projectlocatie. En hij neemt zijn mobieltje niet op.’ Hij maakte met tegenzin zijn blik los van het scherm. ‘En hoe is het u vergaan?’
‘Meer bewijs dat Bella en Edmund dikke vrienden waren. In het ziekenhuis stortten ze hun hart bij elkaar uit, vertrouwden ze elkaar. Maar of dat op dit moment relevant is?’ Ze haalde haar schouders op. Ze frommelde het papier waarin de friet had gezeten tot een bal, die ze met een fraaie boog in de prullenbak gooide.
‘Anne Preece heeft voor u gebeld.’
‘Waarvoor?’
‘Dat wilde ze tegen mij niet zeggen. Ze liet doorschemeren dat het om een vrouwenkwestie ging. Hoe dan ook, ze vroeg of u haar terug kon bellen. Ze is de hele avond thuis.’
Dit monterde Vera een beetje op. Het betekende een paar uur respijt voordat ze terug zou moeten naar het huis aan de spoorlijn waar de geest van haar vader rondwaarde. En die van haarzelf als kind, eenzaam, lelijk als de nacht. Hector had een keer in een poging om aardig voor haar te zijn gezegd: ‘Ik zou er niets op tegen hebben als je een speelkameraadje bij ons te eten zou vragen.’ Ze had hem niet gezegd dat ze niemand had die ze zou kunnen vragen en ze was wekenlang bang geweest dat hij erop terug zou komen.
Ik zou het huis eigenlijk moeten verkopen, dacht ze. Daar weggaan. Een flatje kopen in Kimmerston. Iets kleins dat makkelijk te onderhouden was. Misschien een flatje huren. Dan kon ze de opbrengst van het huis besteden aan vakanties in het buitenland en een mooie nieuwe auto.
Maar ze wist dat ze het toch niet zou doen. Het was een onmogelijke droom, net als de lotto winnen. Ze had een band met het huis en de herinneringen die het bevatte. Liever de geesten dan helemaal nergens meer thuis te zijn. Ze besefte dat Ashworth haar aankeek, wellicht zat te wachten tot ze de telefoon pakte om Anne te bellen.
‘Ik ga wel even bij haar langs,’ zei Vera. ‘Misschien is haar iets te binnen geschoten. Misschien iets wat we beter niet over de telefoon kunnen bespreken.’
‘Wilt u dat ik meega?’ Hij legde zo veel mogelijk enthousiasme als hij kon opbrengen in de vraag, maar ze liet zich niet misleiden.
‘Nee,’ zei ze. ‘Ga jij maar lekker naar huis, naar je baby.’ Ze dacht aan Patrick en Christina in hun huis met uitzicht over de Tyne en vroeg zich af wat er met haar mis was. Zelfs toen ze jonger was, was ze onpasselijk geworden bij de gedachte kinderen te moeten voortbrengen. ‘De rest van het team zit vast al thuis, met hun voeten op tafel voor de tv. Waarom zij wel en jij niet?’
Hij was al bezig papieren in een la te leggen en stopte zijn thermosfles in zijn aktetas.
‘Nou,’ zei hij. ‘Als u het echt zeker weet...’ En hij vertrok voordat ze van gedachten kon veranderen.
Er werd niet opengedaan toen Vera bij de Priory aanbelde. Huiszwaluwen vlogen naar hun nest onder de overhangende dakrand. Wolken insecten hingen in de windstille lucht. Vera liep om naar de achtertuin en zag Anne, wier gestalte afstak tegen een border met struiken en planten met dieprode bloemen. Ze werkte de rand van het gazon bij, duwde het halvemaanvormige stalen blad met haar zware laars de grond in en verwijderde het slordig overhangende deel van de graszoden. Ze droeg een spijkerbroek en een mouwloos shirtje, en Vera vond dat ze er goed uitzag. Anne hoorde Vera niet aankomen tot ze halverwege het gazon was en toen draaide ze zich geschrokken om. In dat eerste, onbewaakte ogenblik, kreeg Vera de indruk dat ze iemand anders had verwacht. Of misschien op iemand anders had gehoopt, want ze keek niet alleen verrast, maar heel even ook teleurgesteld.
‘Het was echt niet nodig om helemaal hierheen te komen,’ zei Anne. ‘Het is niets dringends. Ik belde om een afspraak te maken. Ik zou wel naar Kimmerston gekomen zijn.’
Ze leek zenuwachtig en Vera had het idee dat ze voor zichzelf nog niet precies op een rijtje had gezet wat ze wilde zeggen. Ze had haar verhaal nog niet sluitend gemaakt.
‘Het was geen moeite.’ Vera’s bewonderende blik gleed over de tuin. ‘Hier zit heel wat werk in. Het is net een plaatje in een zondagskrant.’
‘Ik ben dol op de tuin. Die zou ik echt missen als ik hier weg zou moeten.’
‘Zit dat er dan in?’
Anne rechtte haar rug. ‘Dat weet ik nog niet. De tijd in Baikie’s heb ik aangegrepen als een kans om te bedenken wat ik nu eigenlijk wil. Maar ik ben nog geen stap dichter bij een beslissing.’
‘En uw man?’
‘Jeremy? Met hem heb ik het er nog niet over gehad. Die heeft zijn eigen sores. Zijn zaken lopen niet bepaald naar wens. Bovendien heb ik het altijd moeilijk gevonden om hem serieus te nemen.’
‘Uit ervaring weet ik dat het gevaarlijk is om iemand in dat opzicht te onderschatten,’ zei Vera.
‘O?’ Anne lachte gespannen. ‘Wat vreemd om dat te zeggen. Jeremy zou nog geen vlieg kwaad doen. Hij is er vanavond niet. Hij had een afspraak met een zakenrelatie in Newcastle. Iemand aan wie hij een bom duiten gaat verdienen. Jem blijft altijd optimistisch.’
‘Ik zou hem graag hebben ontmoet,’ zei Vera luchtig, ‘maar nu hebben we de gelegenheid om rustig met elkaar te praten. Onder het genot van een biertje misschien. Als u er tenminste een paar koud hebt staan. Het was een lange dag, en een koel biertje zou me best smaken.’
Ze gingen in de keuken zitten met de achterdeur open, zodat ze de avondzang van de vogels konden horen. Aan het eind van de tuin lag de steile helling van de heuvel. Zijn schaduw kroop langzaam dichterbij.
‘Zeg het maar,’ zei Vera. ‘Wat kan ik voor u doen?’ Ze schonk de pils voorzichtig in een hoog bierglas. ‘Is u iets te binnen geschoten van toen u Edmund hebt gevonden?’
‘Nee. Nee, dat is het niet. Ik weet eigenlijk niet eens of ik u dit wel moet vertellen...’
‘Ik had ook bij mij thuis met een biertje voor me kunnen zitten en ik ben niet helemaal hierheen gekomen om de tuin te bewonderen. Dus voor de draad ermee. Het is niet aan u om uit te maken wat belangrijk is en wat niet. Dat kunt u gerust aan mij overlaten.’
‘Ik vroeg me af of u met Barbara Waugh hebt gesproken.’
‘En wie mag dat dan wel zijn?’
‘De vrouw van Godfrey, directeur van de steengroeve, en als ik het goed heb zijn zakenpartner.’
‘Ik geloof dat ik hem kort gesproken heb na de moord op Grace om iets meer te weten te komen over dat milieueffectrapport. Ik had geen reden om met zijn vrouw te praten. Bent u met haar bevriend?’
‘Niet echt. Ik heb haar ruim een jaar geleden voor het eerst ontmoet. Slateburn Quarries had geld gestoken in een natuurreservaat van de Northumberland Wildlife Trust en de Waughs waren aanwezig bij de opening. Ze kwam naar me toe en begon een gesprek over het Black Law-project. Ze had kennelijk opgevangen dat ik ertegen was. Ik verwachtte dat ze me de les zou lezen, maar ze was bijzonder mild. Ze nodigde me zelfs uit om bij haar thuis te komen lunchen.’
‘Wat zat daarachter? Een poging om de tegenstanders in te palmen?’
‘Nee. Ze was zelf ook niet gelukkig met de plannen. Ze had het idee dat het bedrijf onder druk gezet werd.’ Anne zweeg even. ‘Ze uitte beschuldigingen, allemaal even vaag, jegens Neville Furness. Hij zou een gewetenloze zakenman zijn. Hij zou meer invloed op haar man uitoefenen dan zij gezond vond. Ze zinspeelde zelfs op chantage. Ze zei dat dat de reden was dat Godfrey zo gebrand was op het Black Law-project. Als het aan haar lag, had ze de voorkeur gegeven aan een wat soepelere benadering.’
‘Heeft ze zich niet laten ontvallen waarmee Neville haar man zou kunnen chanteren?’
Anne wendde haar blik af en keek uit over de tuin. ‘Nee. Het was allemaal even vaag.’
‘Geloofde u haar?’
‘Dat wist ik eigenlijk niet. Toen niet. Maar welke reden zou ze kunnen hebben om te liegen?’
‘Hebt u haar daarna nog gesproken?’
‘Vlak voor het feest op Holme Park. In de loop van de week voor het feest had ze een paar keer opgebeld en boodschappen achtergelaten bij Jeremy. Ik ben bij haar thee gaan drinken. Haar dochtertje was er ook. Misschien heeft ze daarom niets gezegd, maar ik had het gevoel dat er iets was gebeurd. Dat er gevaar dreigde. Ze leek doodsbang, maar ze wilde me niet vertellen wat er mis was.’
‘Denkt u dat haar man haar mishandelt?’
‘Nee!’
Het antwoord, zo snel en heftig, verbaasde Vera. ‘Die dingen gebeuren,’ zei ze bedaard. ‘Zelfs in keurige families.’
‘Ik geloof niet dat dat de reden voor haar angst was. Ik vroeg me af of het iets met Neville Furness te maken had. En nu lijkt hij zijn oog op Rachael te hebben laten vallen...’
‘U vindt dat ik moet onderzoeken wat hierachter zit. Hebt u iets van dit alles aan Rachael verteld?’
‘Ik heb geprobeerd haar te waarschuwen, maar ze is smoorverliefd.’
‘Heeft ze hem daarna nog ontmoet?’
‘Ik geloof het wel. Toen ze me gisteravond belde om te vragen hoe het met me ging, meende ik zijn stem op de achtergrond te horen.’
‘Maakt u zich maar niet ongerust.’ Vera dronk haar glas leeg en zette het spijtig op de tafel. ‘Edie ziet er wel op toe dat ze geen domme dingen doet.’
‘Edie zal haar niet tegen kunnen houden als ze haar zinnen erop heeft gezet.’
‘Ik ga wel even met haar praten om erachter te komen wat er aan de hand is.’
‘Gaat u ook met Barbara Waugh praten?’
‘Wilt u dat?’
‘Ze was ergens doodsbang voor. Mij wilde ze niet vertellen waarvoor. Misschien praat ze wel met u. Maar laat alstublieft niet merken dat ik u heb gestuurd.’
‘Dus ik moet gewoon binnenvallen voor een vriendelijk babbeltje en een kop thee als ik toevallig in de buurt ben?’
‘Zoals ik al zei: ze heeft belangen in het bedrijf. Is dat geen reden genoeg?’
‘Misschien.’
Vera had de indruk dat Anne haar de deur uit wilde werken, maar ze was nog niet klaar om te vertrekken. Je houdt iets voor me achter, dametje, dacht ze. Maar wat? Ze bleef zitten en wachtte rustig af.
‘Ik denk erover om weer te gaan studeren,’ zei Anne opeens. ‘Om milieuwetenschappen te gaan doen. Een echte baan zoeken, zodat ik mezelf kan onderhouden.’
Dus dat was het, dacht Vera: je wilde niet toegeven dat je academische ambities had. Maar echt overtuigd was ze niet. ‘Waarom niet?’ zei ze hardop. ‘Misschien slaat u aan de universiteit wel een toy boy aan de haak.’
Ze bedoelde er niets mee, ze had gewoon een flauwe grap willen maken, maar Anne leek erdoor in verlegenheid gebracht.
‘Of hebt u er misschien al een gevonden?’
‘Nee,’ zei Anne. ‘Natuurlijk niet.’
‘Ik geloof dat ik maar eens opstap. Bedankt voor het biertje.’
Anne liep voor haar uit naar de voordeur om haar uit te laten. In de gang hing een foto van Jeremy op een feest, zwierig met een zijden vlinderdas.
Bij de deur aarzelde Vera. ‘Komt u wel eens in die koffieshop in het winkelcentrum?’
Nu hoefde ze er niet aan te twijfelen dat Anne bloosde. ‘Af en toe. Hoezo?’
‘Bella Furness ging daar elke woensdag heen. Tegen lunchtijd. Hebt u haar daar ooit ontmoet?’
‘Nee. Ik weet zeker van niet.’
Maar wie dan wel, dacht Vera. Edmund Fulwell of iemand anders?
Thuis dronk ze whisky omdat ze geen bier had. Ze belde Edie om een afspraak voor de volgende dag te maken, keek naar een film met Orson Welles op de tv en viel in slaap voordat de slaaptrein uit Aberdeen langsdenderde. Terwijl ze wegdommelde, dacht ze aan Neville Furness. In haar droom verwarde ze hem met een piraat waarover ze als kind had gelezen in een van haar lievelingsboeken. Ze moest een helder moment hebben gehad vlak voor ze in slaap viel, want opeens kwam de vraag in haar op waarom het zo moeilijk was geweest om een afspraak met hem te maken voor een babbeltje.